De legende van de Duivelskuil

verteld door Jan Oostvogels

 

Van waar komt de naam ‘Duivelskuil’, denk je?

Het is nogal een schimmige benaming voor wat ooit een gevaarlijke kleiput was. De eerste en enige steenbakkerij van Vlimmeren was hier gevestigd. De steenbakkerij was reeds vóór 1800 operationeel en werkten er in 1855 nog tien arbeiders, in 1886 waren al de activiteiten stopgezet.

De kleiput bleef als een stille getuige in het landschap achter, zijn naam klonk vervaarlijk. 

Ooit, zo vertelt de legende, heeft een man zich er van het leven beroofd. Hij sprong in de kleiput en verdronk. Hij nam zijn kostbare gouden zakhorloge met zich mee.

Durvers waagden zich er wel eens aan om in de put te duiken naar het zakhorloge, maar toch was het uiterst gevaarlijk om in de waterplas te gaan zwemmen. Het verhaal deed de ronde dat wanneer je boven het diepste punt van de kleiput kwam, je naar beneden werd getrokken  (als was het de duivel zelf die dat deed) en verdronk.

De schrik zat er goed in bij de Vlimmerse jeugd en alleen roekelozen gingen nog op zoek naar de schat.

Het gouden zakhorloge heeft men echter nooit meer terug gevonden.